Home » Fitness » Sportschool jargon: handleiding bij de 25 meest gebruikte termen
Fitness

Sportschool jargon: handleiding bij de 25 meest gebruikte termen

De sportschool kan niet zonder sportschool jargon

Wanneer je de sportschool binnenstapt, stap je tegelijkertijd binnen in de opmerkelijke wereld van het sportschool jargon. Je fitness instructeur of personal trainer spreekt tijdens de kennismaking in in iedere zin minstens twee Engelstalige woorden. En wanneer hij je loslaat in de fitnesstruimte kan het je zomaar even gaan duizelen tussen de deskundig sprekende pro´s.

Het sportschool jargon kent voor newbees veel geheimen. Dat kan flink onwennig voelen en voor sommigen zou het zelfs demotiverend werken. Omdat een goede voorbereiding het halve werk is, helpen we je alvast op weg met deze korte handleiding bij de 25 meest gebruikte woorden in de sportschool.

1. Barbell

Een barbell is een metalen staaf waar losse gewichten aan kunnen worden gehangen. In het Nederlands heet zo’n staaf een halterstang. De barbell is er in verschillende lengten en heeft zelf doorgaans ook een behoorlijk gewicht. De Olympische barbell is de officiele standaard met een lengte van 220 centimeter en een gewicht van 20 kilo. Door gewichten aan de barbell te plaatsten wordt deze zwaarder.

2. Bench press

De bench press, ook bekend als bankdrukken, is een bekende weerstandsoefening waarmee hoofdzakelijk de borstspieren getraind worden. Bij de bench press worden een bank en een barbell gebruikt. De barbell ligt in haltersteunen boven de bank. Liggende op de rug kan de barbell in de handen worden geladen om deze vervolgens omlaag te bewegen naar de borst. Daarna wordt de barbell weer omhoog geduwd. De bench press kan een of meerdere keren achter elkaar worden uitgevoerd.

3. Bulken

Met bulken wordt bedoeld dat de spiermassa wordt vergroot door meer te eten dan het lichaam eigenlijk nodig heeft. In combinatie met een juist trainingsschema en voldoende rust zullen het lichaam en de spieren sneller groeien door de aanwezige extra voedingsstoffen.

4. Burpee

Populaire coordinatieoefening die bedacht is door de Amerikaanse wetenschapper Royal H. Burpee. De Burpee is een gecombineerde beweging die bestaat uit een squat, achterwaartse beensprong, een pushup, gevolgd door een squat en tot slot een gestrekte sprong. De burpee wordt doorgaans verschillende keren herhaald.

5. Calorieën

Een term die velen gebruiken zonder te weten wat het is. Eén calorie is de hoeveelheid energie die nodig is om een gram water met een graden te verhogen. Dit is een kleine eenheid. Daarom wordt de energie in voeding in kilocalorieën (kcal) uitgedrukt. Hetzelfde geldt voor de energie die je lichaam verbrandt bij een bepaalde inspanning. Eén kilocalorie staat gelijk aan 1.000 calorieën.

6. Cardiotraining

Cardio is de manier van lichaamsbeweging waarbij je een langere periode met een matige intensiteit beweegt. Hiermee wordt het uithoudingsvermogen getraind. Cardio wordt ook vaak ingezet om het vetpercentage te verlagen. Vormen van cardiotraining zijn hardlopen, fietsen, roeien en zwemmen.

7. Circuit training

Veel gebruikte training in sportscholen waarbij een gevarieerd fitnessprogramma wordt uitgevoerd. Een programma bestaat uit krachtoefeningen en conditietraining. De trainingen zijn gevarieerd en vaak worden allerlei niet-alledaagse materialen gebruikt zoals een zandbak en tractorbanden. De circuit training vindt vaak in groepsverband plaats onder aanvoering van opzwepende begeleiders.

8. Compound oefening

Samengestelde oefeningen waarbij een of meerdere spieren tegelijkertijd worden getraind. Het is de tegenhanger van geïsoleerde oefeningen waarbij slechts een spier getraind wordt. Een voorbeeld van een compound oefening is de bench press. Hierbij worden hoofdzakelijk de borstspieren getraind maar ook de spieren in de armen, schouders en buik helpen mee bij het uitvoeren van de oefening.

9. Creatine

Natuurlijke stof die zorgt voor energievoorziening van de spieren. Creatine wordt door het lichaam aangemaakt en we krijgen het binnen via onze voeding. Creatine is ook verkrijgbaar als (veilig) voedingssupplement voor sporters. Het gebruik van extra creatine kan zorgen voor meer explosieve kracht en een sneller spierherstel.

10. Cutten

Cutten is de tegenhanger van bulken. Tijdens het cutten wordt het vetpercentage verlaagd door minder calorieën te eten dan het lichaam eigenlijk nodig heeft. Het doel is om de spiermassa beter zichtbaar te maken met behoud van de aanwezige spiermassa en kracht. De zichtbaarheid van spieren wordt ook wel spierdefinitie genoemd.

11. Deadlift

Populaire oefening die afkomstig is uit het Olympische gewichtheffen. Bij de deadlift is het de bedoeling om een zwaar gewicht op te tillen in een voorovergebogen houding waarbij ook de knieen zijn gebogen. Hierna moet het gewicht worden opgetild waarbij het lichaam zich beweegt in gestrekte toestand. De deadlift wordt door veel sporters meerdere keren achter elkaar herhaald.

12. Dippen

Zware fitnessoefening voor het trainen van verschillende spiergroepen, waaronder de schouders, onderarmen en eventueel de borst. Dippen vindt plaats in het diprek, dat twee armsteunen bevat en zich hoog boven de grond bevindt. De handen worden geplaatst op de handsteunen en de benen bungelen in rusttoestand boven de grond. Hierna wordt door de armen gezakt. Tot slot wordt het lichaam naar boven gedrukt. Vaak worden meerdere herhalingen uitgevoerd.

13. Drop sets

Methode voor maximale spierbelasting tijdens een oefening. Deze techniek wordt vaak gebruikt door ervaren krachtsporters die progressie willen blijven maken. Bij drop sets wordt het gewicht gedurende een set enkele keren steeds iets verlaagd. Het is de bedoeling dat er tijdens de set steeds wordt doorgetraind tot falen. Hierna volgt direct de volgende set met een iets lager gewicht. Ook deze wordt uitgevoerd tot falen. Drop sets kunnen zorgen voor explosieve spiergroei.

14. Dumbbell

Een dumbbell is een kleine metalen stang waaraan schijven zitten met gewicht. Vaak vormen de schijven en stang één geheel maar er zijn ook dumbbells met losse, wisselbare gewichten. De dumbbell is ontworpen om met één hand te gebruiken maar er zijn ook verschillende oefeningen waarbij een dumbbell in beide handen rust. In veel sportscholen is een dumbbellrek aanwezig. Hierin liggen alle dumbbells op gewicht gesorteerd.

15. Eiwitshake

Drank die door veel sporters wordt gedronken na het sporten of gedurende de week voor spieropbouw en spierherstel. Een eiwitshake wordt opgebouwd uit poedervormige eiwitten die aangevuld worden met water of melk. Een eiwitshake bevat een substantieel deel van de dagelijkse benodigde aantal gram eiwitten.

16. Failure

Het uitlokken van spierfalen, wat betekent dat tijdens de training een punt van onvermogen wordt bereikt. Of anders gezegd: dat de spieren niet meer kunnen omdat de energie is uitgeput. Het doel van trainen tot spierfalen is om het lichaam te dwingen tot spierontwikkeling. Aangetoond is dat het incidenteel toepassen van deze techniek een positief effect kan hebben op de spierontwikkeling van meer ervaren atleten.

17. Fitness apparaat

Een fitness apparaat is een machine waarop men cardiotraining of krachttraining kan uitvoeren. Krachttraining apparaten helpen bij het (geïsoleerd) trainen van een specifieke spiergroep met als voornaamste doel om blessures te voorkomen. Voorbeelden van cardio apparaten zijn de roeimachine, de crosstrainer en de hometrainer.

18. Isolatie oefening

Tegenhanger van compound oefeningen. Bij isolatie oefeningen wordt maar een gewricht getraind met als doel lokaal te trainen en een zwakkere spiergroep te versterken. Geïsoleerde oefeningen worden vaak ingezet bij revalidatie of bij het trainen van een spier die geblesseerd is geweest. Voor spieropbouw, verbranding van calorieën en de aanmaak van testosteron wordt breed gedeeld dat compound oefeningen meer voordelen hebben.

19. Incline & decline

Verschillende krachttraining oefeningen kunnen in verschillende posities worden uitgevoerd. Standaard is het bankje vlak ingesteld maar deze kan ook licht schuin naar boven (incline) of beneden (decline) worden ingesteld. Het doel van incline en decline oefeningen is om dezelfde spiergroep op een iets andere manier te trainen en bijvoorbeeld meer focus aan te brengen op het bovenste of onderste deel.

20. Interval training

Manier van trainen waarbij een periode van hoge intensiteit wordt afgewisseld met een periode van lagere intensiteit. Het doel is om het lichaam harder aan het werk te zetten door de hogere inspanning die wordt geleverd in de intensieve periodes. Deze methode wordt veel toegepast bij duursporten zoals hardlopen, zwemmen en fietsen.

21. Military press

Veel gebruikte krachtoefening om de schouders te trainen. Deze oefening bestaat in verschillende vormen en wordt doorgaans met een barbell uitgevoerd. Bij de military press is het bovenlichaam van de atleet grotendeels recht. De oefening kan zittend of staand worden uitgevoerd. De barbell wordt vanaf de bovenkant van de borst langs het gezicht omhoog gedrukt tot deze zich recht boven het hoofd bevindt. Hierna wordt de barbell weer teruggebracht naar de borst.

22. Plank

Populaire fitnessoefening die zich vooral richt op het trainen van de buikspieren maar daarnaast ook een aantal andere spiergroepen aanpakt, waaronder de rugspieren, bilspieren en spieren in de schouders. De plank wordt op de grond uitgevoerd in gestrekte houding, met de buik naar de grond. Hierbij wordt gesteund op de onderarmen en de tenen. Bij de plank moet een holle of bolle rug worden voorkomen. De oefening wordt gedurende bijvoorbeeld 30 seconden uitgevoerd en vaak enkele keren herhaald.

23. Pull-ups

Veel gebruikte krachtoefening die wordt uitgevoerd met een stang hoog boven de grond. Deze oefening richt zich op het trainen van de onder- en bovenarmen, schouders, rugspieren en buik. Bij de pull-up hangt de atleet in zijn beginpositie met een brede overhandse greep aan de stang. Hierna wordt het lichaam opgetrokken tot het bovenlichaam zich net onder de stang bevindt. Hierna wordt het lichaam met een gecontroleerde beweging teruggebracht in de beginpositie. De pull-up wordt doorgaans per set meerdere keren achter elkaar herhaald.

24. Sets en reps

De meeste oefeningen zijn opgebouwd uit sets en reps (reeksen en herhalingen). Als je oefening bestaat uit 3 sets met 10 reps dan betekent dit dat je drie setjes uitvoert met in iedere set 10 herhalingen. In totaal wordt de oefening in dit geval dus 30 keer uitgevoerd. Vaak vindt tussen de sets een korte pauze plaats. Over het algemeen kan het aantal herhalingen worden opgevoerd bij gebruik van een lager gewicht.

25. Squatrek

Stalen of ijzeren stellage die een hulpmiddel vormt bij het trainen met barbells (halterstangen). In het squatrek kan de barbell op de – voor de oefening – gewenste positie worden gelegd. Zodoende kan het gewicht op een natuurlijke manier op het lichaam worden geladen of juist afgelegd worden. Een squatrek voorkomt onnatuurlijke of zelfs fysiek onmogelijke acties.

Reageer

Klik hier om te reageren